Working Paper Series

The Working Paper Series, launched in May 1999, aims at promoting the dissemination of the research results of different researchers within the Financial Law Institute to the broader academic community.

A full list of Working Papers published up to now is reproduced on this page. Each Working Paper is available in full text in Acrobat-format. The use and further distribution of the Working Papers is allowed for scientific purposes only. Working Papers are published in their original language (Dutch, French, English or German) and are provisional.

Current Year - Last Year - Archive - WP Search

Current Year

WP 2019-01

Hans De Wulf : De implicaties van het wetboek van vennootschappen en verenigingen voor de opdrachten van de commissaris bij vennootschappen: enkele opmerkingen

Download
Het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen beoogt zeker geen radicale omwenteling teweeg te brengen in de opdrachten van de commissaris, noch een andere dan de bestaande opdrachtverdeling tussen revisoren en andere economische beroepen. Toch kan men drie belangrijke nieuwe opdrachten voor de commissaris vaststellen: de beoordeling van het verslag dat het bestuur van een BV voortaan bij elke uitkering over de nieuwe zgn. liquiditeitstest zal moeten opstellen, de beoordeling van de cijfergegevens uit het verslag dat voortaan bij elke nieuwe uitgifte van aandelen verplicht zal zijn, en de tussenkomst bij inbrengen in nijverheid die nu bij de BV mogelijk worden. De eerste twee van die wijzigingen worden in deze bijdrage geanalyseerd, de inbreng van nijverheid zal op een andere bijdrage moeten wachten. Deze nieuwe tussenkomsten zullen de commissaris veel meer nieuw werk opleveren dan er verloren gaat door de afschaffing van de regeling van de quasi-inbreng in de BV (en dus ook van de tussenkomst van de commissaris). Daarnaast wordt kort stilgestaan bij de pogingen van de wetgever om de gebruikte bewoordingen bij de opdrachtomschrijvingen beter te laten aansluiten bij de concepten afkomstig uit de internationale normen (zoals ISAs en ISRE) en met name bij het onderscheid tussen beoordelingsopdrachten en controleopdrachten. Deze laatste soort ingreep is door de wetgever in overleg met het IBR doorgevoerd.
WP 2019-02

Diederik Bruloot, Michiel De Muynck, Evariest Callens : Does Credit Intermediation Facilitate the European Internal Market for Mortgage Credit?

Download
The European Mortgage Credit Directive (MCD) aims to create a Union-wide mortgage credit market with a high level of consumer protection. While focussing on the primary policy objective, i.e. facilitating the emergence of an internal market for mortgage credit, this paper analyses the MCD%u2019s regulation of the activities of credit intermediaries, and the rules on establishment and supervision of credit intermediaries in particular. As professional middlemen, credit intermediaries could reduce information asymmetries between on the one hand creditors and on the other hand consumers. Against the background of Fintech intermediary disruption and the increasing importance of digital distribution channels for financial services, our paper analyses whether and/or to what extent the MCD%u2019s prudential rules for credit intermediation qualify as true %u201Cenablers%u201D for an Internal market for mortgage credit.
WP 2019-03

Hans De Wulf : Het onderscheid vennootschap - vereniging na de invoering van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen

Download
Het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen dat op 28 februari 2019 werd goedgekeurd wijzigt de manier waarop profit en non-profit sector in België traditioneel van elkaar onderscheiden werden, althans voor juridische doeleinden. Terwijl de tekst van de VZW-wet uit 1921 een dubbel verbod voor verenigingen formuleerde, nl. een verbod om daden van koophandel te stellen en een verbod van winstoogmerk, blijft onder de nieuwe wetgeving slechts één wezenlijk kenmerk bestaan dat verenigingen onderscheidt van vennootschappen: vennootschappen kunnen alleen gebruikt worden indien het de bedoeling is om winst na te streven en die winst onder de vennoten te verdelen, terwijl verenigingen winst die ze maken onder geen beding mogen uitkeren. Er is geen onderscheid meer tussen vennootschap en vereniging op het gebied van de toegelaten activiteiten. Het aloude winstuitkeringsverbod voor verenigingen werd ogenschijnlijk wat aangescherpt door uitdrukkelijk in de wet te bepalen dat ook onrechtstreekse uitkeringen door verenigingen uit den boze zijn. Deze ingreep heeft voor ongerustheid bij de non-profit-sector gezorgd en deed de vrees ontstaan dat verenigingen die een voordeel voor hun leden opleverden, beschuldigd zouden worden van onrechtstreekse uitkeringen, met onaangename gevolgen op gebied van fiscaliteit (onderwerping aan de vennootschapsbelasting) en subsidies (intrekking) tot gevolg. Om aan deze bezorgdheid tegemoet te komen zijn een aantal aanpassingen aan de oorspronkelijke tekst van het voorontwerp van wet doorgevoerd die bedoeld waren als verduidelijkingen maar in de praktijk misschien eerder een verwarrend effect zullen hebben (we hopen van niet).

De kern van deze bijdrage bestaat er dan ook in te proberen verduidelijken wat het verbod van winstuitkeringen voor verenigingen precies inhoudt. We denken daarbij aangetoond te hebben dat voor een goed begrip van de nieuwe wetteksten, enige kennis van doctrinaire debatten over de betekenis van de wettelijke specialiteit van verenigingen onder het oude recht, nuttig of zelfs onontbeerlijk is.
WP 2019-04

Eddy Wymeersch : Shareholder Governance

Download
WP 2019-05

Eddy Wymeersch : Financial regulation: its objectives and their implementation in the European Union

Download
The financial activity in all its diversity and complexity is subject to an elaborate system of regulation and supervision. It is one of the most heavily regulated industries in our economies, as it touches on so many interests, whether at the individual level, or as part of the functioning of our economic systems and more generally, in today%u2019s worldwide economic and political relations. Interdependence of these different levels of regulation is an important feature and requires regulatory conditions to be analysed from different perspectives. The analysis should therefore first deal with the objectives of financial regulation in general, to be further supplemented and detailed with respect to the specific objectives in the European financial markets.
WP 2019-06

Evariest Callens : Recalibrating the Debate on MiFID s Private Enforceability: Why the EU Charter of Fundamental Rights Is the Elephant in the Room
The genesis of MiFID I initiated a fierce scholarly debate on the following question: does MiFID dictate private enforceability of the rules embedded in the directive? More specifically, under general reference to the effet utile doctrine, certain authors have argued that MiFID requires member states to provide private law remedies for infringements of certain (investor protecting) MiFID-provisions. However, another strand in legal scholarship has sternly denounced this idea. In their reading, member states might equally achieve an effet utile in light of the investor protection objective by solely providing administrative enforcement mechanisms. According to this vision, it is thus for the member states to decide whether, and if so under what conditions, private law remedies are made available. This debate has never resulted in a widely endorsed consensus and persists in the MiFID II era. My thesis, somewhat provocatively, is the following: legal scholarship has erroneously overlooked the EU Charter of Fundamental Rights when assessing the private enforceability of MiFID. As the Charter requires effective judicial remedies for violations of rights conferred upon individuals by EU law, I contend that its omission in the debate on MiFID%u2019s private enforceability has led to serious misconceptions about the enforcement of MiFID. Furthermore, in light of my paper%u2019s central thesis, I extend existing scholarship on MiFID II%u2019s controversial paragraph about remedial action in a new direction. More specifically, I present two fresh textual arguments that might shed light on the meaning of this paragraph. The arguments, which %u2013 to the best of my knowledge %u2013 have not been advanced in legal scholarship before, draw upon an integrated and coherent reading of the text of MiFID II. More precisely, the novel arguments are based on the relation between the contested paragraph and the structure and wording of MiFID II as a whole.

Paper is available at https://papers.ssrn.com/sol3/papers.cfm?abstract_id=3362553

Last Year

WP 2018-01

Eddy Wymeersch : Brexit and the provision of financial services into the EU and into the UK

Download
Brexit is likely to lead to the relocation of UK financial services firms to the EU in order to be able to access EU markets, mainly through the EU passport. The same applies to the EU firms intending to be active on the UK markets. The access conditions to the EU markets are numerous and complex, laid down in EU and national legislation and regulation, and applied by the national supervisory authorities. The European Supervisory Authorities or %u201CESAs%u201D have published elaborate statements, called Opinions, on the detailed access conditions and the way they intend to apply these. The two main objectives are the full application of EU law, and the avoidance of authorising EU firms that would be %u201Cempty boxes%u201D for activity that would in fact be exercised in the UK, and this mainly by delegating activities to another firm. Underlying is a policy of competition between national economies for relocations of EU firms, or of business activities to be developed on the UK financial markets.
WP 2018-02

: Het vennootschapsrecht aan de vooravond van een fundamentele hervorming: een eerste overzicht en evaluatie

Download
WP 2018-03

Simon Landuyt : A Capital Question, Should Shareholder Loans Be Automatically Subordinated

Download
Whether or not shareholder loans should be automatically subordinated in bankruptcy is a much discussed topic in corporate and insolvency law. In this article I show that, because of the existence of non-adjusting creditors, shareholder-managers will sometimes have the incentive to take excessive risk. The subordination of shareholder loans forces the shareholder to internalize these costs. On the other hand, subordination of shareholder loans might also deter the undertaking of desirable projects. On balance, it is likely that subordination is efficient and reduces the agency cost of debt. Furthermore, I will show that shareholders should bear more risk because they are better monitors, do not suffer from information asymmetries and have higher expectations of default. Therefore, if shareholders and outside creditors could hypothetically bargain ex ante in a world without transaction costs on the rank of their debt claim, there is not much doubt that they would agree on subordination. Proving that subordination of shareholder loans is inefficient would imply that the subordinated position of equity is inefficient %u2013 and further shake the concept of legal capital on its foundations.
WP 2018-04

Evariest Callens : De handelsverplichting voor derivaten onder MiFIR

Download
In deze bijdrage wordt de draagwijdte van de handelsverplichting voor derivatencontracten onder MiFIR onderzocht. Nadat in een eerste deel op functionele wijze het onderscheid tussen de verschillende handelsplatformen onder MiFID II wordt toegelicht, pogen we in een tweede en derde deel na te gaan welke marktparticipanten en derivatencontracten worden onderworpen aan de MiFIR-handelsverplichting. Daarbij beperken we ons niet tot het reguleringsniveau van de genoemde verordening (en richtlijn), maar besteden we ook aandacht aan de meer technische gedelegeerde verordeningen. Finaal exploreren we in welke mate publiek- en privaatrechtelijke mechanismen kunnen worden aangewend om de handelsverplichting af te dwingen.
WP 2018-06

Eddy Wymeersch : Recensie: E.J. VAN PRAAG, Europees Financieel Toezicht

Download